ECLI:NL:RVS:2023:2150

Raad van State

Datum uitspraak
2 juni 2023
Publicatiedatum
5 juni 2023
Zaaknummer
202303463/2/V1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen weigering verblijfsvergunning asiel

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 3 maart 2023 het verzoek van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 26 mei 2023 ongegrond verklaarde. Vervolgens heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening beoordeeld, waarbij de vreemdeling vroeg om niet uitgezet te worden voordat het hoger beroep is beslist en om opvang en verstrekkingen te ontvangen. Na afweging van de aangevoerde gronden heeft de voorzieningenrechter geoordeeld dat geen voorlopige voorziening wordt getroffen.

Het verzoek is daarom afgewezen en de staatssecretaris is niet verplicht gesteld om proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter C.J. Borman in aanwezigheid van griffier E. de Groot op 2 juni 2023.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen, waardoor de vreemdeling niet wordt beschermd tegen uitzetting tijdens het hoger beroep.

Uitspraak

202303463/2/V1.
Datum uitspraak: 2 juni 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
verzoekster,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 26 mei 2023 in zaak nr. NL23.6543 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 3 maart 2023 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Bij uitspraak van 26 mei 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1.       De vreemdeling heeft de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat zij niet wordt uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist en dat zij opvang en verstrekkingen krijgt.
2.       Gelet op wat is aangevoerd, treft de voorzieningenrechter geen voorlopige voorziening.
3.       Het verzoek wordt afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. C.J. Borman, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. E. de Groot, griffier.
w.g. Borman
voorzieningenrechter
w.g. De Groot
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 2 juni 2023
210