ECLI:NL:RVS:2023:2153
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging besluit niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam op 8 december 2022 een besluit om de asielaanvraag van de vreemdeling niet in behandeling te nemen, omdat Italië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling. De vreemdeling stelde beroep in tegen dit besluit en de rechtbank verklaarde dit beroep gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moest nemen.
De staatssecretaris ging in hoger beroep en voerde aan dat de tijdelijke 'circular letter' van Italië slechts een feitelijk overdrachtsbeletsel vormt en dat Italië nog steeds de verantwoordelijke lidstaat is. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde echter dat uit eerdere uitspraken en berichtgeving blijkt dat Italië geen opvangfaciliteiten beschikbaar heeft voor Dublinclaimanten, wat een reëel risico op ernstige materiële deprivatie inhoudt.
De staatssecretaris slaagde er niet in dit vermoeden te weerleggen en mocht daarom niet uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen onrechtmatig is en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten.