ECLI:NL:RVS:2023:2298
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Wissels
- J.Th. Drop
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtbankuitspraak over afwijzing verblijfsvergunning asiel en terugkeerbesluit
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 31 januari 2020 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af, weigerde een reguliere verblijfsvergunning en legde een terugkeerbesluit op. Dit terugkeerbesluit werd op 16 februari 2021 ingetrokken. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit van 31 januari 2020 en beval een nieuw besluit.
Zowel de vreemdeling als de staatssecretaris gingen in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het hoger beroep van de vreemdeling niet tot vernietiging leidt en bevestigde de uitspraak van de rechtbank met een verbeterde motivering. De Afdeling stelde dat de staatssecretaris onder omstandigheden volstaat met een afwijzend besluit op de asielaanvraag en het terugkeerbesluit kan uitstellen in verband met onderzoek naar adequate opvang in het land van terugkeer.
De Afdeling constateerde echter een motiveringsgebrek in het besluit van 31 januari 2020 en de intrekking van het terugkeerbesluit, omdat niet was toegelicht waarom het onderzoek naar adequate opvang nog niet was afgerond of nog moest plaatsvinden. De grieven van de staatssecretaris faalden. De Afdeling bevestigde dat de staatssecretaris de asielaanvraag terecht heeft afgewezen, maar dat een nieuw besluit moet worden genomen. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten ten behoeve van de vreemdeling.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de uitspraak van de rechtbank en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten.