ECLI:NL:RVS:2023:2308
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek opheffing voorlopige voorziening in zaak verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam op 16 januari 2023 een besluit om de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank, die het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen. De staatssecretaris ging in hoger beroep en verzocht om een voorlopige voorziening, waarbij werd bepaald dat hij niet hoefde te voldoen aan de uitspraak van de rechtbank totdat het hoger beroep was beslist.
De vreemdeling verzocht vervolgens om opheffing van deze voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter overwoog dat de voorlopige voorziening krachtens de Algemene wet bestuursrecht automatisch vervalt zodra de bestuursrechter op het hoger beroep heeft beslist. Aangezien de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 15 juni 2023 uitspraak deed in het hoger beroep, was de voorlopige voorziening komen te vervallen.
Daarom had de vreemdeling geen belang meer bij inhoudelijke beoordeling van zijn verzoek om opheffing van de voorlopige voorziening. Het verzoek werd afgewezen en de staatssecretaris hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het verzoek om opheffing van de voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat deze is vervallen na uitspraak in hoger beroep.