ECLI:NL:RVS:2023:236
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen omgevingsvergunning voor opvang asielzoekers in Apeldoorn
Het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn verleende op 29 juli 2021 een omgevingsvergunning aan het COA voor het ombouwen van het gebouw De Linde tot 30 zelfstandige wooneenheden, bestemd voor de opvang van circa 275 asielzoekers. Een omwonende, wonend op circa 520 meter afstand, maakte bezwaar tegen deze vergunning vanwege de verwachte impact op zijn leefomgeving, maar werd door het college niet als belanghebbende erkend. De rechtbank verklaarde het beroep van deze omwonende ongegrond en bevestigde de niet-ontvankelijkheid van zijn bezwaar.
Het college en het COA stelden hoger beroep in tegen deze uitspraak en verzochten om een voorlopige voorziening. Zij betwistten onder meer de uitleg van het begrip "maatschappelijke dienstverlening" in het bestemmingsplan, omdat zij meenden dat de opvang van asielzoekers hieronder valt. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat het college en het COA geen procesbelang hebben bij het hoger beroep, omdat de rechtbank het bezwaar van de omwonende terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard en het verzoek om een principiële uitspraak onvoldoende is om procesbelang aan te nemen.
De voorzieningenrechter overwoog verder dat gezien de afstand van de omwonende tot het pand en de aanwezigheid van alternatieve looproutes, er geen aannemelijke gevolgen van betekenis zijn voor zijn woon- en leefomgeving. Daarom werd het hoger beroep van het college en het COA niet-ontvankelijk verklaard en werden de verzoeken om voorlopige voorziening afgewezen. Het college werd tevens griffierecht opgelegd.
Uitkomst: De hoger beroepen van het college en het COA zijn niet-ontvankelijk verklaard en de verzoeken om voorlopige voorziening zijn afgewezen.