ECLI:NL:RVS:2023:2398
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing handhavingsverzoek permanente bewoning in strijd met bestemmingsplan
Appellante, eigenaar van een perceel in Heerhugowaard, verzocht het college van burgemeester en wethouders van Dijk en Waard om handhavend op te treden tegen het gebruik van een aangrenzend perceel voor permanente bewoning. Zij stelde dat dit gebruik in strijd was met het bestemmingsplan "Buitengebied 2014" en dat het haar privacy aantastte vanwege het recht van overpad dat zij op haar perceel heeft.
Het college wees het verzoek af omdat het gebruik volgens hen niet in strijd was met de bestemming "Wonen". De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het gebruik van het gebouw voor permanente bewoning binnen de planregels viel. Appellante ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde het oordeel van de rechtbank. Zij stelde vast dat het gebouw als vrijstaande woning gebruikt wordt, wat volgens artikel 21.1 van het bestemmingsplan is toegestaan. De Afdeling benadrukte dat de vermeende bedoeling van de planwetgever niet afdoet aan de duidelijke planregels. Ook het betoog dat er geen vergunning voor permanente bewoning zou zijn verleend, werd verworpen omdat dit niet relevant is voor het gebruik volgens het bestemmingsplan.
De Afdeling concludeerde dat er geen sprake is van strijdig gebruik en dat het college terecht het handhavingsverzoek heeft afgewezen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het college hoeft niet handhavend op te treden tegen de permanente bewoning.