ECLI:NL:RVS:2023:2399
Raad van State
- Hoger beroep
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering omgevingsvergunning voor verbouwing bedrijfspand naar woningen in Enschede
Het college van burgemeester en wethouders van Enschede heeft op 20 december 2019 een omgevingsvergunning geweigerd voor het verbouwen van een bedrijfspand naar zes woningen op een perceel in Enschede. De aanvraag betrof de activiteiten bouwen en afwijken van het bestemmingsplan. De rechtbank Overijssel oordeelde dat het college de beslissing op de aanvraag had moeten aanhouden vanwege een voorbereidingsbesluit dat in werking was getreden.
Het college stelde dat binnenplans afwijken niet mogelijk was en dat het bouwplan niet voldeed aan de criteria van het nieuwe bestemmingsplan "Kwalitatief sturen op appartementen". Het college maakte geen gebruik van de afwijkingsbevoegdheid en wees de vergunning af. Het bezwaar en het beroep van appellant werden ongegrond verklaard.
In hoger beroep betoogde appellant onder meer dat het voorbereidingsbesluit slechts een bevoegdheid tot aanhouding gaf en dat het college onrechtmatig had gehandeld. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank de gronden gemotiveerd had beoordeeld en dat appellant geen nieuwe redenen had aangevoerd die tot een ander oordeel konden leiden.
De Afdeling vond geen bewijs van onrechtmatig handelen door het college en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het college hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de omgevingsvergunning en verklaart het hoger beroep ongegrond.