ECLI:NL:RVS:2023:2514

Raad van State

Datum uitspraak
29 juni 2023
Publicatiedatum
29 juni 2023
Zaaknummer
202303582/2/V2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • E. Steendijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 Vw 2000Art. 8:81 AwbArt. 8:83 lid 3 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening in zaak rechtmatig verblijf gemeenschapsonderdaan

De vreemdeling heeft op 22 april 2022 een aanvraag ingediend voor afgifte van een document dat rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan bevestigt. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvraag afgewezen en het bezwaar van de vreemdeling ongegrond verklaard op 9 december 2022. Vervolgens heeft de rechtbank Den Haag op 11 mei 2023 het beroep van de vreemdeling tegen deze besluiten ongegrond verklaard.

De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter heeft beoordeeld dat er geen spoedeisend belang is voor het treffen van een voorlopige voorziening en heeft het verzoek daarom afgewezen.

De staatssecretaris is niet verplicht om proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter E. Steendijk in aanwezigheid van griffier D.I. van Kesteren op 29 juni 2023 in het openbaar.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.

Uitspraak

202303582/2/V2.
Datum uitspraak: 29 juni 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 11 mei 2023 in zaak nr. NL23.51 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 22 april 2022 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen.
Bij besluit van 9 december 2022 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 11 mei 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1.       Uit het verzoek blijkt niet van een spoedeisend belang voor het treffen van een voorlopige voorziening.
2.       Het verzoek wordt afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. E. Steendijk, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. D.I. van Kesteren, griffier.
w.g. Steendijk
voorzieningenrechter
w.g. Van Kesteren
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 29 juni 2023
897-987