ECLI:NL:RVS:2023:2517
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging verblijfsrecht gemeenschapsonderdaan en vertrekopdracht
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 22 juni 2021 vastgesteld dat het verblijfsrecht van de vreemdeling als gemeenschapsonderdaan is geëindigd en haar opgedragen Nederland binnen vier weken te verlaten. De vreemdeling maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 20 december 2021 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde zij beroep in bij de rechtbank Den Haag, die bij uitspraak van 2 februari 2023 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze afdeling heeft het hoger beroep beoordeeld en geoordeeld dat het hoger beroep geen nieuwe vragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming. Daarom is het hoger beroep ongegrond verklaard en is de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft tevens bepaald dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden. Hiermee blijft het besluit van de staatssecretaris ongewijzigd en is de vreemdeling gehouden Nederland te verlaten binnen de gestelde termijn.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond verklaard en uitspraak rechtbank bevestigd; verblijfsrecht beëindigd en vertrekopdracht gehandhaafd.