ECLI:NL:RVS:2023:2598
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had op 11 mei 2023 een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van de uitspraak.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om uitvoering van het vonnis van de rechtbank op te schorten totdat het hoger beroep is beslist. De voorzieningenrechter overwoog dat het hoger beroep nader onderzoek vereist, mede gelet op recente jurisprudentie van het Hof van Justitie en eerdere zaken over het interstatelijk vertrouwensbeginsel.
Daarom werd de voorlopige voorziening toegekend, waardoor de staatssecretaris niet verplicht is het vonnis van de rechtbank uit te voeren voordat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De staatssecretaris hoeft het vonnis van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.