ECLI:NL:RVS:2023:2621
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet in behandeling nemen aanvraag verblijfsvergunning asiel wegens onrechtmatigheid overdracht Dublinclaimant aan Italië
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam op 18 november 2022 het besluit om de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 5 januari 2023 ongegrond verklaarde. De vreemdeling ging vervolgens in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De kern van het geschil betreft de vraag of de ‘circular letter’ van de Italiaanse autoriteiten van 5 december 2022 een tijdelijk feitelijk overdrachtsbeletsel vormt dat het besluit onrechtmatig maakt en of Italië nog steeds de verantwoordelijke lidstaat is voor de vreemdeling onder de Dublinverordening. De Afdeling bestuursrechtspraak verwijst naar eerdere uitspraken waarin is vastgesteld dat er voor Dublinclaimanten in Italië geen opvangfaciliteiten beschikbaar zijn, wat kan leiden tot ernstige materiële deprivatie.
De staatssecretaris slaagde er niet in te motiveren dat Italië zijn internationale verplichtingen zal nakomen, waardoor het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing is. De Afdeling stelt vast dat het overdrachtsbesluit onrechtmatig is, verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het eerdere vonnis en het besluit van 18 november 2022, en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit van 18 november 2022 om de aanvraag verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen wordt vernietigd en het hoger beroep van de vreemdeling wordt gegrond verklaard.