ECLI:NL:RVS:2023:2623
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing uitstel van vertrek vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 27 januari 2021 een aanvraag van de vreemdeling om uitstel van vertrek krachtens artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 afgewezen. De vreemdeling maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 21 april 2021 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 6 maart 2023 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling constateert echter dat het hoger beroep niet is gericht tegen de inhoud van de uitspraak van de rechtbank, omdat de vreemdeling niet heeft toegelicht waarom deze uitspraak onjuist zou zijn.
Daarom verklaart de Afdeling het hoger beroep niet-ontvankelijk en bevestigt zij de uitspraak van de rechtbank. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer onder voorzitterschap van N. Verheij op 7 juli 2023.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt niet-ontvankelijk verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.