ECLI:NL:RVS:2023:2624
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid aanvraag verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 2 juni 2021 besloten een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. Hiertegen maakte de vreemdeling bezwaar, dat op 21 maart 2022 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 23 maart 2023 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze afdeling heeft het hoger beroep beoordeeld en geoordeeld dat de rechtbank terecht en op goede gronden tot haar oordeel is gekomen. Het hogerberoepschrift bevatte geen vragen die het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming in algemene zin rechtvaardigen om het oordeel te herzien.
Daarom heeft de Afdeling bestuursrechtspraak het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer onder leiding van J.M. Willems op 7 juli 2023.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.