ECLI:NL:RVS:2023:2655
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan wegens onvoldoende bewijs identiteit
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 30 april 2021 de aanvraag van de vreemdeling om afgifte van een document dat rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan bevestigt af. De vreemdeling maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze beslissing, maar zowel het bezwaar als het beroep werden ongegrond verklaard door de staatssecretaris en de rechtbank Den Haag.
In hoger beroep klaagde de vreemdeling dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat zij haar identiteit en nationaliteit niet ondubbelzinnig had aangetoond, waardoor ook de familierechtelijke relatie met haar kinderen niet was vastgesteld. De Raad van State oordeelde dat hoewel de bewijsmaatstaf volgens het arrest Chavez-Vilchez geldt, de vreemdeling desondanks onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij één persoon was op basis van de tegenstrijdige documenten.
Daarnaast werden nieuwe stukken, waaronder een DNA-onderzoek en een verklaring van een kindcentrum, niet in de beoordeling betrokken omdat deze pas na de uitspraak van de rechtbank waren ingediend zonder geldige reden voor de late indiening.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde het vonnis van de rechtbank met verbetering van de gronden. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag voor rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan wordt bevestigd.