ECLI:NL:RVS:2023:266
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek openbaarmaking koopovereenkomsten bedrijvenpark Maaszicht
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam weigerde op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) een verzoek tot openbaarmaking van koopovereenkomsten en bijbehorende stukken betreffende gronden en panden in het bedrijvenpark Maaszicht. Het college stelde dat deze documenten niet bij hen berusten omdat het om particuliere transacties gaat waarbij de gemeente geen partij is.
De rechtbank Rotterdam oordeelde dat het niet onaannemelijk was dat het college geen bemoeienis had gehad met de koopovereenkomsten en dat deze documenten niet bij het college berusten. Het hoger beroep van de appellant richtte zich op het betoog dat het college onvoldoende onderzoek had verricht en dat de documenten wel bij het college zouden berusten vanwege de nauwe verwevenheid tussen de gemeente en de betrokken stichtingen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State stelde vast dat het college wel degelijk onderzoek had gedaan naar het bestaan van de documenten en dat de verklaring van het college consistent en geloofwaardig was. De nauwe samenwerking tussen de gemeente en de stichtingen leidde niet tot het aannemen dat de koopovereenkomsten bij het college berusten. Ook was de stichting niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van het college, zodat het college niet verplicht was de documenten bij de stichting op te vragen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het college hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering tot openbaarmaking bevestigd.