ECLI:NL:RVS:2023:2682
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot rectificatie justitiële gegevens wegens vermeende persoonsverwisseling
Appellant verzocht de minister van Justitie en Veiligheid om rectificatie van justitiële gegevens uit 2009 in het justitieel documentatiesysteem (JDS), omdat hij vermoedde dat zijn broer het strafbaar feit had gepleegd en zich met zijn legitimatiebewijs had gelegitimeerd. De minister wees het verzoek af, stellende dat de registratie overeenkomt met de beslissing van het Openbaar Ministerie en geen feitelijke onjuistheid bevat.
De rechtbank bevestigde dit standpunt en oordeelde dat de minister terecht handelde, aangezien de gegevens overeenkomen met de destijds genomen beslissing die in rechte vaststaat. Het ontbreken van het fysieke dossier en verklaringen van de broer boden onvoldoende aanleiding voor rectificatie.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zonder het fysieke dossier geen zorgvuldige beoordeling mogelijk is en dat de minister op grond van wettelijke bepalingen een eigen rectificatieplicht heeft. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat appellant geen nieuwe gronden had aangevoerd die de gemotiveerde beoordeling van de rechtbank onjuist maken.
De Afdeling bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.