ECLI:NL:RVS:2023:2685
Raad van State
- Hoger beroep
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing hogere uitkering Schadefonds Geweldsmisdrijven wegens ontbreken ernstig psychisch letsel
Appellante heeft een uitkering aangevraagd bij het Schadefonds Geweldsmisdrijven naar aanleiding van een mishandeling en bedreiging door een medebewoner met een stuk glas en mogelijk een mes. De CSG wees de aanvraag aanvankelijk af wegens onvoldoende bewijs van ernstig letsel, maar kende later een uitkering toe passend bij letselcategorie 1.
De rechtbank oordeelde dat het geweldsmisdrijf niet valt onder letselcategorie 2, die rechtstreekse bedreiging met een mes omvat, omdat niet is gebleken dat het mes daadwerkelijk op appellante was gericht. Appellante stelde dat een poging tot bedreiging met een mes gelijkgesteld moet worden aan rechtstreekse bedreiging, wat de rechtbank en de Afdeling bestuursrechtspraak niet volgden.
De Afdeling bevestigt dat het beleid van de CSG om alleen rechtstreekse bedreiging met een mes als letselcategorie 2 te kwalificeren niet onjuist is. Omdat appellante geen medische informatie over ernstig psychisch letsel heeft overgelegd, is de lagere uitkering passend. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de kostenveroordeling blijft achterwege.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de lagere uitkering van € 1.000 blijft in stand wegens ontbreken van ernstig psychisch letsel.