ECLI:NL:RVS:2023:2702
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.TH. Drop
- Rechtspraak.nl
Toegangsverbod universiteit niet-bestuursrechtelijke beslissing, bezwaar niet-ontvankelijk
Op 12 september 2022 legde het college van bestuur van de Erasmus Universiteit Rotterdam een toegangsverbod van onbepaalde duur op aan appellant voor de gebouwen, terreinen en voorzieningen van de universiteit. Appellant was het hier niet mee eens en diende een brief in die als bezwaarschrift werd aangemerkt, maar het college besloot niet tijdig op dit bezwaar.
De voorzieningenrechter van het College van Beroep voor het Hoger Onderwijs had zich eerder onbevoegd verklaard omdat het toegangsverbod geen grondslag vond in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW). Nadat het CBHO was opgehouden te bestaan, stelde appellant beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak wegens het niet tijdig beslissen op zijn bezwaar.
De Afdeling oordeelde dat het college het bezwaar had moeten behandelen omdat het tijdig was ingediend, maar dat het bezwaar niet-ontvankelijk is omdat appellant geen student was en het toegangsverbod geen bestuursrechtelijke beslissing betreft binnen de werkingssfeer van de WHW. De Afdeling vernietigde het niet tijdig beslissen, verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk, en bepaalde dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde beslissing. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het toegangsverbod is niet-ontvankelijk verklaard en het niet tijdig beslissen op bezwaar is vernietigd.