ECLI:NL:RVS:2023:2716
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam op 25 februari 2021 het besluit om de asielaanvraag van de vreemdeling niet in behandeling te nemen, omdat Italië op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk zou zijn voor de asielprocedure.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit ongegrond. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat uit recente uitspraken en berichtgeving blijkt dat er in Italië geen adequate opvangfaciliteiten zijn voor Dublinclaimanten. Hierdoor bestaat een reëel risico dat vreemdelingen bij overdracht aan Italië in een toestand van ernstige materiële deprivatie terechtkomen, waarbij zij niet kunnen voorzien in basisbehoeften zoals onderdak, voedsel en water.
De staatssecretaris had onvoldoende gemotiveerd dat Italië nog steeds aan zijn internationale verplichtingen voldoet. Daarom mocht hij niet vertrouwen op het interstatelijk vertrouwensbeginsel en was het overdrachtsbesluit onrechtmatig. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd, het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard en het besluit van 25 februari 2021 vernietigd. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is vernietigd en het beroep van de vreemdeling is gegrond verklaard.