ECLI:NL:RVS:2023:2781
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- W. den Ouden
- J.F. de Groot
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing tegemoetkoming faunaschade voor deels mondeling gepachte gronden
Appellant verzocht het college van gedeputeerde staten van Fryslân om een tegemoetkoming voor schade veroorzaakt door ganzen aan gepachte gronden. Het college kende slechts een beperkte tegemoetkoming toe voor percelen op de Strieperdijk, maar wees schadevergoeding voor mondeling gepachte percelen en gronden van Staatsbosbeheer af vanwege het ontbreken van schriftelijke overeenkomsten en beperkingen in het gebruik.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat appellant onvoldoende bewijs leverde voor de mondelinge pachtovereenkomsten en dat de beperkingen in de pachtovereenkomst met Staatsbosbeheer rechtvaardigen dat geen tegemoetkoming wordt toegekend. Ook werd het beroep op het vertrouwensbeginsel afgewezen.
In hoger beroep betoogde appellant dat het college onterecht schriftelijkheid eiste, dat er geen beperkingen gelden voor Staatsbosbeheergronden en dat het vertrouwensbeginsel werd geschonden. De Raad van State oordeelde dat het college redelijkerwijs schriftelijkheid mocht verlangen, dat de beperkingen in de pachtovereenkomst duidelijk zijn en dat een eerdere tegemoetkoming geen toezegging inhoudt.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de tegemoetkoming bevestigd.