ECLI:NL:RVS:2023:2787
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en tijdelijke ligplaatsvergunningen bedrijfsvaartuigen Achtergracht Amsterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam verleende aan Classic Boat Dinners B.V. (CBD) ligplaatsvergunningen voor de bedrijfsvaartuigen De Muze en De Kleyn Amsterdam aan de Achtergracht tegenover 32-34. Eerder verleende vergunningen werden ingetrokken na vaststelling van het bestemmingsplan Water, waarbij de voorwaardelijke vergunningen vervielen.
Appellanten, waaronder CBD en een inwoner van Amsterdam, stelden beroep in tegen deze besluiten en de daaropvolgende intrekking en verlening van tijdelijke ligplaatsvergunningen in 2022. Zij voerden onder meer aan dat overlast onvoldoende werd meegewogen, dat de koppeling tussen ligplaats- en exploitatievergunning onterecht was en dat de intrekking van vergunningen onrechtmatig was.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, wat door de Afdeling bestuursrechtspraak werd bevestigd. De Afdeling oordeelde dat het college terecht de ligplaatsvergunningen introk na het bestemmingsplan, dat de overlast onvoldoende was onderbouwd, en dat de koppeling tussen ligplaats- en exploitatievergunningen proportioneel en wettelijk is gemotiveerd. De beroepen tegen de besluiten van 8 juli 2022 werden eveneens ongegrond verklaard.
De Afdeling stelde vast dat het college geen proceskosten hoeft te vergoeden en bevestigde daarmee de eerdere uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De beroepen van appellanten tegen de intrekking en tijdelijke ligplaatsvergunningen worden ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.