ECLI:NL:RVS:2023:280
Raad van State
- Hoger beroep
- A. ten Veen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit college Meppel inzake bezwaar gebruik omgevingsvergunning afvalverwerking
Het college van burgemeester en wethouders van Meppel reageerde op 16 december 2019 bevestigend op een melding over het gebruik van een omgevingsvergunning voor een afvalverwerkingsinrichting op een perceel in Meppel. Milieustraat Meppel, gebruiker van de inrichting, maakte bezwaar tegen deze reactie. Het college verklaarde het bezwaar in eerste instantie niet-ontvankelijk en later ongegrond. De rechtbank Noord-Nederland verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en oordeelde dat geen beroep van rechtswege tegen het tweede besluit was ontstaan vanwege gebrek aan belang.
Milieustraat Meppel stelde dat zij wel belang had bij het beroep, omdat zij in 2019 gebruiker was en haar belangen worden geschaad door het ontbreken van een vergunning op haar naam. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte geen beroep van rechtswege aannam tegen het besluit van 3 september 2021. Tevens werd vastgesteld dat de reactie van het college op de melding van 16 december 2019 geen besluit in de zin van de Awb is, omdat een omgevingsvergunning van rechtswege overgaat op degene die het project uitvoert.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep tegen het besluit van 16 december 2020 ongegrond en het beroep tegen het besluit van 3 september 2021 gegrond en vernietigde dat besluit. Het college wordt verplicht het betaalde griffierecht aan Milieustraat Meppel te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit van 3 september 2021 wordt vernietigd en het beroep tegen het besluit van 16 december 2020 wordt ongegrond verklaard.