ECLI:NL:RVS:2023:2802
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens vertrek vreemdeling met onbekende bestemming
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 4 oktober 2022 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 1 maart 2023 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Tijdens de procedure deelde de staatssecretaris mee dat de vreemdeling met onbekende bestemming was vertrokken. De gemachtigde van de vreemdeling bevestigde dat hij geen contact meer had en niet op de hoogte was van diens verblijfplaats. De Afdeling concludeerde hieruit dat de vreemdeling geen bescherming meer zoekt in Nederland en daardoor geen belang meer heeft bij de behandeling van het hoger beroep.
Op grond hiervan verklaarde de Afdeling het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees zij de proceskosten toe aan de staatssecretaris af. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer op 19 juli 2023.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van belang door vertrek met onbekende bestemming.