AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Beperkte kennisneming stukken in hoger beroep intrekking verklaring geen bezwaar wegens nationale veiligheid
In deze bestuursrechtelijke procedure heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag over de intrekking van een verklaring van geen bezwaar. De minister van Defensie heeft verzocht om beperking van de kennisneming van bepaalde stukken tot de Afdeling bestuursrechtspraak, omdat deze vertrouwelijke informatie bevatten over bronnen die essentieel zijn voor de taakuitvoering van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD).
De Afdeling heeft de stukken, waaronder zes documenten en een begeleidende brief, vertrouwelijk bestudeerd. De minister stelde dat openbaarmaking van deze informatie de effectiviteit van lopende onderzoeken en de bescherming van bronnen ernstig zou schaden, en bovendien inzicht zou geven in de werkwijze van de MIVD bij veiligheidsonderzoeken.
Na afweging van het belang van appellant om kennis te nemen van de stukken en het belang van de nationale veiligheid, concludeerde de Afdeling dat het belang van de nationale veiligheid zwaarder weegt. Ook het zwartlakken van namen van MIVD-medewerkers werd geaccepteerd omdat deze informatie niet relevant is voor de geschilbeslechting.
De Afdeling besloot daarom het verzoek van de minister toe te wijzen en beperkte kennisneming van de stukken tot de Afdeling zelf toe te staan, waarmee de bescherming van bronnen en de nationale veiligheid wordt gewaarborgd.
Uitkomst: Verzoek van de minister van Defensie tot beperkte kennisneming van vertrouwelijke stukken wordt toegewezen ter bescherming van nationale veiligheid.
Uitspraak
202207303/2/A3.
Datum beslissing: 25 juli 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Beslissing op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) in het hoger beroep van:
[appellant], wonend te [woonplaats],
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 8 november 2022 in zaak nr. 21/6527 in het geding tussen:
[appellant]
en
de minister van Defensie.
Procesverloop
[appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 8 november 2022 in zaak nr. 21/6527. Daarin is de intrekking van een verklaring van geen bezwaar aan de orde.
De minister heeft de vertrouwelijke versies van een aantal gedingstukken overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 vanPro de Awb medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van deze stukken.
Het betreft zes documenten en een begeleidende brief.
Overwegingen
1. De minister heeft de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van de stukken kennis zal nemen. De stukken bevatten volgens de minister informatie van bronnen. Als deze informatie bekend wordt, zou dat de effectieve taakuitvoering van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (hierna: de MIVD) en lopende onderzoeken sterk bemoeilijken en frustreren. Ook kan het lopende onderzoeken van bronnen schaden. Verder wordt door kennisneming van de documenten inzicht gegeven in de wijze waarop veiligheidsonderzoeken worden uitgevoerd, aldus de minister.
2. Gelet op artikel 8:29, derde lid, van de Awb beslist de Afdeling of de weigering dan wel beperking van de kennisneming van een stuk gerechtvaardigd is. Deze beslissing vergt een afweging van belangen. Enerzijds speelt hierbij het belang dat partijen gelijkelijk beschikken over de voor het hoger beroep relevante informatie en het belang dat de bestuursrechter beschikt over alle informatie die nodig is om de zaak op een juiste en zorgvuldige wijze af te doen. Daartegenover staat dat de kennisneming door partijen van bepaalde gegevens het algemeen belang, het belang van één of meer partijen en/of het belang van derden onevenredig kan schaden.
3. De Afdeling heeft kennis genomen van de stukken. Zij bevatten informatie en registraties van bronnen over [appellant]. De bescherming van deze bronnen is nodig voor een effectieve taakuitoefening van de MIVD. Die taakuitoefening dient de nationale veiligheid. Daarnaast geven de documenten inzicht in de modus operandi, die de MIVD bij dit soort veiligheidsonderzoeken hanteert. Naar het oordeel van de Afdeling weegt in dit geval het belang van de nationale veiligheid zwaarder dan het belang dat [appellant] kennis neemt van de stukken. Het belang van nationale veiligheid zou in gevaar kunnen worden gebracht als de gegevens uit de stukken bekend worden bij [appellant].
4. In de documenten die de minister vertrouwelijk aan de Afdeling heeft verstrekt zijn in een enkel geval de namen van de medewerkers van de MIVD zwart gelakt. Dat heeft tot gevolg dat ook de bestuursrechter geen kennis kan nemen van deze informatie in de documenten. Nu kennisneming van de namen van de medewerkers van de MIVD niet van belang is voor de beslechting van het geschil, zal de Afdeling aan het niet verstrekken van die namen in dit geval geen gevolgen verbinden.
5. De Afdeling acht daarom het verzoek tot beperkte kennisneming gerechtvaardigd.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek toe.
Aldus vastgesteld door mr. E.J. Daalder, lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer, in tegenwoordigheid van mr. S.C. van Tuyll van Serooskerken, griffier.