ECLI:NL:RVS:2023:2817
Raad van State
- Rechtspraak.nl
Beperkte kennisneming stukken in hoger beroep intrekking verklaring geen bezwaar wegens nationale veiligheid
In deze bestuursrechtelijke procedure heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag over de intrekking van een verklaring van geen bezwaar. De minister van Defensie heeft verzocht om beperking van de kennisneming van bepaalde stukken tot de Afdeling bestuursrechtspraak, omdat deze vertrouwelijke informatie bevatten over bronnen die essentieel zijn voor de taakuitvoering van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD).
De Afdeling heeft de stukken, waaronder zes documenten en een begeleidende brief, vertrouwelijk bestudeerd. De minister stelde dat openbaarmaking van deze informatie de effectiviteit van lopende onderzoeken en de bescherming van bronnen ernstig zou schaden, en bovendien inzicht zou geven in de werkwijze van de MIVD bij veiligheidsonderzoeken.
Na afweging van het belang van appellant om kennis te nemen van de stukken en het belang van de nationale veiligheid, concludeerde de Afdeling dat het belang van de nationale veiligheid zwaarder weegt. Ook het zwartlakken van namen van MIVD-medewerkers werd geaccepteerd omdat deze informatie niet relevant is voor de geschilbeslechting.
De Afdeling besloot daarom het verzoek van de minister toe te wijzen en beperkte kennisneming van de stukken tot de Afdeling zelf toe te staan, waarmee de bescherming van bronnen en de nationale veiligheid wordt gewaarborgd.
Uitkomst: Verzoek van de minister van Defensie tot beperkte kennisneming van vertrouwelijke stukken wordt toegewezen ter bescherming van nationale veiligheid.