ECLI:NL:RVS:2023:2848
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke geschil over retributie toezichtkosten Gasunie volgens Mijnbouwwet
De minister van Economische Zaken en Klimaat bracht Gasunie in 2019 een vergoeding van €230.973,78 in rekening voor toezichtkosten door Staatstoezicht op de Mijnen (SodM). Gasunie betwistte de hoogte en proportionaliteit van deze kosten, die gebaseerd waren op een gelijkstelling met de grootste regionale netbeheerder. De rechtbank verklaarde het bezwaar van Gasunie gegrond en vernietigde het besluit van 2020 en herroept het besluit van 2019.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, terwijl Gasunie incidenteel hoger beroep instelde. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte het besluit van 2019 heeft herroepen en schorst dit besluit voorlopig totdat een nieuw, beter gemotiveerd besluit is genomen. De Afdeling bevestigt dat de gelijkstelling van de retributie aan de grootste regionale netbeheerder niet voldoende is gemotiveerd en in strijd is met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel.
De Afdeling stelt vast dat het profijtbeginsel en het veroorzaker betaalt-principe beide relevant zijn, maar dat de minister onvoldoende inzicht heeft gegeven in de werkelijke kosten van toezicht op het landelijke gastransportnet van Gasunie. De minister moet een nieuw besluit nemen met een betere onderbouwing. Het incidenteel hoger beroep van Gasunie wordt ongegrond verklaard. De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van Gasunie.
Uitkomst: Het besluit van 19 augustus 2019 wordt geschorst en het besluit van 6 maart 2020 vernietigd; de minister moet een nieuw besluit nemen met betere motivering.