ECLI:NL:RVS:2023:287
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling proceskostenvergoeding bij aanvraag urgentieverklaring contingentwoning
Deze zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland over de afwijzing van een aanvraag voor een contingentwoning en de weigering van vergoeding van proceskosten in bezwaar.
Het college van burgemeester en wethouders van Haarlem wees de eerste aanvraag van appellant af omdat deze niet werd ondersteund door de verantwoordelijke hulpverleningsinstelling HVO-Querido. Later verleende het college op een nieuwe aanvraag van HVO-Querido een urgentieverklaring voor dezelfde appellant.
De rechtbank oordeelde dat het college de eerste aanvraag inhoudelijk had behandeld en dat er geen sprake was van een onrechtmatige herroeping die vergoeding van proceskosten zou rechtvaardigen. Appellant stelde dat het college het zorgvuldigheidsbeginsel had geschonden en dat het tweede besluit als herroeping van het eerste moest worden beschouwd.
De Afdeling bestuursrechtspraak volgde de rechtbank en oordeelde dat het tweede besluit een nieuwe aanvraag betrof en niet als herroeping van het eerste besluit kon worden gezien. Er was geen reden voor proceskostenvergoeding omdat geen aan het college toe te rekenen onrechtmatigheid was vastgesteld.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.