ECLI:NL:RVS:2023:2921
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging inreisverbod wegens onvoldoende motivering bedreiging samenleving
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vaardigde op 16 september 2022 een besluit uit waarin de vreemdeling werd opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod werd opgelegd. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 21 december 2022 het besluit vernietigde wegens onvoldoende motivering van de bedreiging die de vreemdeling zou vormen.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep ongegrond is omdat de staatssecretaris onvoldoende heeft aangetoond dat de vreemdeling een werkelijke, actuele en ernstige bedreiging vormt voor een fundamenteel belang van de samenleving. Het besluit was voornamelijk gebaseerd op een strafrechtelijke veroordeling voor witwassen, zonder voldoende aandacht voor het persoonlijke gedrag van de vreemdeling.
De Afdeling verwees naar relevante jurisprudentie van het Hof van Justitie en eerdere uitspraken van de Raad van State ter onderbouwing van haar oordeel. Het hogerberoepschrift bevatte geen vragen die beantwoording vereisten in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Afdeling bevestigde daarom het vonnis van de rechtbank en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en het besluit tot inreisverbod wordt vernietigd.