ECLI:NL:RVS:2023:2946

Raad van State

Datum uitspraak
2 augustus 2023
Publicatiedatum
2 augustus 2023
Zaaknummer
202101628/2/A2
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:41 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling college Bergen op Zoom tot proceskostenvergoeding na intrekking hoger beroep wegens verleende ontheffing parkeerplaats

Het college van burgemeester en wethouders van Bergen op Zoom wees op 7 februari 2019 het verzoek van verzoeker af om een ontheffing te verkrijgen voor parkeren voor de inrit of uitrit van zijn garage. Na een bezwaarprocedure en een uitspraak van de rechtbank die het beroep ongegrond verklaarde, stelde verzoeker hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Tijdens de procedure gaf de Afdeling het college op 11 januari 2023 de opdracht een gebrek in het eerdere besluit te herstellen. Het college verleende daarop bij besluit van 1 februari 2023 alsnog de gevraagde ontheffing. Verzoeker trok vervolgens op 20 april 2023 het hoger beroep in en verzocht om veroordeling van het college tot vergoeding van de gemaakte proceskosten.

De Afdeling stelde vast dat het college met het besluit van 1 februari 2023 geheel tegemoet was gekomen aan verzoeker, waardoor de intrekking van het hoger beroep gerechtvaardigd was. Op grond van artikel 8:75a van de Awb veroordeelde de Afdeling het college tot vergoeding van de proceskosten en tot terugbetaling van het betaalde griffierecht. De uitspraak werd gedaan door lid van de enkelvoudige kamer E.A. Minderhoud op 2 augustus 2023.

Uitkomst: Het college van burgemeester en wethouders van Bergen op Zoom is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en terugbetaling van griffierecht na intrekking van het hoger beroep wegens verleende ontheffing.

Uitspraak

202101628/2/A2.
Datum uitspraak: 2 augustus 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het verzoek van:
[verzoeker], wonend te Bergen op zoom,
verzoeker,
om proceskostenveroordeling in geval van intrekking van het hoger beroep (artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)).
Procesverloop
Bij besluit van 7 februari 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bergen op Zoom de aanvraag van [verzoeker] voor een ontheffing om te mogen parkeren voor de inrit of uitrit van zijn garage aan de [locatie] te Bergen op Zoom afgewezen.
Bij besluit van 16 oktober 2019 heeft het college het door [verzoeker] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 28 januari 2021 heeft de rechtbank het door [verzoeker] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
[verzoeker] heeft nadere stukken ingediend.
De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 25 oktober 2022, waar [verzoeker], bijgestaan door mr. P.I.M. Houniet, en het college, vertegenwoordigd door mr. B.A.M. Suijkerbuijk en ing. G. de Heij, zijn verschenen.
Bij tussenuitspraak van 11 januari 2023, ECLI:NL:RVS:2023:87, heeft de Afdeling het college opgedragen binnen 12 weken na verzending van de tussenuitspraak het daarin omschreven gebrek in het besluit van het college van 16 oktober 2019 te herstellen. Deze uitspraak is aangehecht.
Bij besluit van 1 februari 2023 heeft het college de ontheffing verleend.
Bij brief van 20 april 2023 heeft [verzoeker] het door hem ingestelde hoger beroep ingetrokken en heeft hij de Afdeling verzocht het college te veroordelen in de bij hem opgekomen proceskosten.
Overwegingen
1.       Ingevolge artikel 8:75a, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) kan, in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van Pro die wet worden veroordeeld.
2.       De Afdeling stelt vast dat [verzoeker] zijn beroep heeft ingetrokken, omdat het college bij besluit van 1 februari 2023 de door hem gevraagde ontheffing heeft verleend. Het college is met het besluit van 1 februari 2023 geheel tegemoet gekomen aan [verzoeker] als bedoeld in artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb.
3.       Het verzoek dient op na te melden wijze te worden toegewezen. Nu sprake is van tegemoetkomen, is het college gelet op artikel 8:41, zevende lid van de Awb, voorts gehouden tot vergoeding van het betaalde griffierecht over te gaan. Het gaat hier alleen om griffierecht in beroep omdat in hoger beroep is afgezien van het heffen van griffierecht.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Bergen op Zoom tot vergoeding van bij [verzoeker], in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 837,00; geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;
II.       gelast dat het college van burgemeester en wethouders van Bergen op Zoom aan [verzoeker] het door hem betaalde griffierecht ten bedrage van € 174,00 voor de behandeling van het beroep terugbetaalt.
Aldus vastgesteld door mr. E.A. Minderhoud, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.F.J. Bindels, griffier.
w.g. Minderhoud
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Bindels
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 2 augustus 2023
85-1014