ECLI:NL:RVS:2023:3200

Raad van State

Datum uitspraak
24 augustus 2023
Publicatiedatum
23 augustus 2023
Zaaknummer
202105350/2/R2
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:29 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek beperkte kennisneming stukken in geluidoverlastzaak

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Limburg over geluidoverlast door zijn bovenbuurman. Hij verzocht om vertrouwelijke stukken alleen toegankelijk te maken voor de Afdeling bestuursrechtspraak, uit vrees voor schade aan zijn gezondheid, persoonlijke levenssfeer en veiligheid.

De Afdeling overweegt dat het recht op gelijke proceskansen inhoudt dat alle partijen in beginsel recht hebben op kennisneming van alle relevante stukken. Hoewel uitzonderingen mogelijk zijn, moet het belang bij beperkte kennisneming zwaarder wegen dan het belang van gelijke informatievoorziening.

De Afdeling oordeelt dat het belang van appellant bij beperkte kennisneming niet zwaarder weegt dan het belang van de andere partijen, het college en de bovenbuurman, die al lang op de hoogte zijn van de klachten. Er zijn geen aanwijzingen dat kennisneming door deze partijen tot onevenredige schade leidt.

Daarom wordt het verzoek tot beperkte kennisneming afgewezen en worden de stukken teruggezonden aan appellant.

Uitkomst: Het verzoek om beperkte kennisneming van stukken wordt afgewezen.

Uitspraak

202105350/2/R2.
Datum beslissing: 24 augustus 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Beslissing op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) in het hoger beroep van:
[appellant], wonend te Roermond,
tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 16 juli 2021 in zaak nr. 20/681 in het geding tussen:
[appellant]
en
het college van burgemeester en wethouders van Roermond.
Procesverloop
[appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 16 juli 2021 in zaak nr. 20/681.
[appellant] heeft de vertrouwelijke versies van een aantal gedingstukken overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van Pro de Awb medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van deze stukken.
Het gaat om een aantal stukken die verband houden met geluidoverlast die [appellant] volgens hem van zijn bovenbuurman, [naam], ondervindt.
Overwegingen
1.       [appellant] heeft de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van een aantal stukken kennis zal nemen. Het gaat om stukken die verband houden met geluidoverlast die [appellant] volgens hem van zijn bovenbuurman, [naam], ondervindt.
Volgens [appellant] kan kennisneming door de andere partijen zijn lichamelijke of geestelijke gezondheid, zijn persoonlijke levenssfeer en/of zijn veiligheid onevenredig schaden. Volgens hem wordt hij al jarenlang getreiterd door zijn bovenbuurman door middel van geluidoverlast.
2.       Gelet op artikel 8:29, derde lid, van de Awb beslist de Afdeling of de weigering dan wel beperking van de kennisneming van een stuk gerechtvaardigd is. Deze beslissing vergt een afweging van belangen. Enerzijds speelt hierbij het belang dat partijen gelijkelijk beschikken over de voor het hoger beroep relevante informatie en het belang dat de bestuursrechter beschikt over alle informatie die nodig is om de zaak op een juiste en zorgvuldige wijze af te doen. Daartegenover staat dat de kennisneming door partijen van bepaalde gegevens het algemeen belang, het belang van één of meer partijen en/of het belang van derden onevenredig kan schaden.
3.       Zoals [appellant] in zijn verzoek om beperkte kennisneming terecht heeft vermeld, omvat het recht op een eerlijk proces onder meer het recht op gelijke proceskansen. Uit dit recht vloeit voort dat alle partijen in een procedure, in dit geval dus ook het college en [naam], in beginsel recht hebben op kennisneming van alle stukken in een dossier, zodat zij kunnen reageren op die stukken. Weliswaar zijn op dit recht uitzonderingen mogelijk, maar het gaat om een zwaarwegend recht. Het belang bij beperkte kennisneming moet daarom zwaarder wegen dan het belang dat partijen gelijkelijk beschikken over de voor het hoger beroep relevante informatie
De Afdeling is van oordeel dat het belang van [appellant] bij beperkte kennisneming van de stukken minder zwaar weegt dan het belang dat de andere partijen in deze procedure, het college en [naam], kennis nemen van de stukken. De Afdeling ziet niet in waarom de lichamelijke of geestelijke gezondheid van [appellant], zijn persoonlijke levenssfeer en/of zijn veiligheid onevenredig kunnen worden geschaad als de andere partijen in deze procedure kennis nemen van de stukken. Zowel het college als [naam] zijn er namelijk al lange tijd van op de hoogte dat de klachten over geluidoverlast van [appellant] afkomstig zijn. Ook de aard en inhoud van de in de stukken vervatte informatie geeft geen aanknopingspunten voor een oordeel dat kennisname daarvan door het college en [naam] tot onevenredige schade als hiervoor bedoeld aan de kant van [appellant] zou kunnen leiden. De Afdeling acht daarom het verzoek tot beperkte kennisneming niet gerechtvaardigd.
4.       De Afdeling bepaalt dat de stukken worden teruggezonden aan [appellant].
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. A. Kuijer, lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer, in tegenwoordigheid van mr. A.L. van Driel Kluit, griffier.
w.g. Kuijer
lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer
w.g. Van Driel Kluit
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 24 augustus 2023