ECLI:NL:RVS:2023:321
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Veroordeling staatssecretaris tot vergoeding proceskosten in hoger beroep vreemdelingenbewaring
Bij besluit van 9 december 2022 stelde de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze bewaring ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank onterecht heeft gepasseerd dat de ophouding van de vreemdeling op grond van artikel 50, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 onjuist was vastgesteld. De rechtbank had de staatssecretaris daarom moeten veroordelen tot vergoeding van de proceskosten van het beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde het deel van het vonnis waarin de rechtbank de staatssecretaris niet tot kostenvergoeding veroordeelde en bevestigde het overige. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van zowel het beroep als het hoger beroep, ter hoogte van € 2.511,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van beroep en hoger beroep ter hoogte van € 2.511,00.