ECLI:NL:RVS:2023:3247
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag duurzaam rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 29 april 2021 de aanvraag van de vreemdeling om afgifte van een document dat duurzaam rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan bevestigt, af. Hiertegen maakte de vreemdeling bezwaar, dat op 26 juli 2021 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 20 oktober 2022 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze afdeling nam de motivering van de rechtbank over en oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe vragen bevatte die beantwoording behoefden in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. Hiermee blijft de afwijzing van de aanvraag van het duurzaam rechtmatig verblijf ongewijzigd gehandhaafd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag wordt bevestigd.