ECLI:NL:RVS:2023:3253
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring vreemdeling na ongrondverklaring beroep rechtbank
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 13 juli 2023 in bewaring. De vreemdeling maakte hiertegen bezwaar en stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 28 juli 2023 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling overwoog dat de rechtbank terecht de verwijzing naar Oostenrijk in de maatregel van bewaring als een kennelijke verschrijving had aangemerkt en dat het oordeel van de rechtbank op goede gronden was genomen.
Het hogerberoepschrift bevatte geen vragen die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming, zodat geen nadere motivering nodig was. De Afdeling zag geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten en verklaarde het hoger beroep ongegrond, waarbij de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en geen proceskosten werden toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bewaring van de vreemdeling blijft bevestigd.