ECLI:NL:RVS:2023:329
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing aanvraag rechtmatig verblijf gemeenschapsonderdaan wegens schending hoorplicht
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 7 oktober 2020 de aanvraag van de vreemdeling om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 af. De vreemdeling maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 23 februari 2021 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit eveneens ongegrond op 20 augustus 2021.
De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris niet hoefde te horen over het bezwaar. De Raad van State benadrukte het uitgangspunt dat de staatssecretaris een vreemdeling in bezwaar hoort en terughoudend moet zijn met uitzonderingen op de hoorplicht.
De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde daarom zowel het besluit van 23 februari 2021 als de uitspraak van de rechtbank. De staatssecretaris moet een nieuw besluit nemen waarbij de vreemdeling eerst wordt gehoord. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht dat in beroep was betaald.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank zijn vernietigd, en de staatssecretaris moet een nieuw besluit nemen waarbij de vreemdeling wordt gehoord.