ECLI:NL:RVS:2023:3298
Raad van State
- Hoger beroep
- E.J. Daalder
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- J.M.L. Niederer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete voor overtredingen Wet particuliere beveiligingsorganisaties bij evenement
De minister voor Rechtsbescherming legde op 22 oktober 2019 aan de beveiligingsorganisatie een boete van €11.250 op wegens meerdere overtredingen van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (Wpbr). Deze overtredingen betroffen het tewerkstellen van zeven personen zonder geldige politietoestemming op naam van de organisatie, het inzetten van vijf toezichthouders zonder geldige politietoestemming, en het niet dragen van een door de minister goedgekeurd uniform door deze vijf personen.
De rechtbank Oost-Brabant verklaarde het beroep van de beveiligingsorganisatie ongegrond en matigde de boete deels, waarbij de boete voor het niet verstrekken van informatie aan de korpschef werd komen te vervallen. De totale boete bleef echter hoger dan het wettelijk maximum, waarna de minister het maximale bedrag handhaafde.
In hoger beroep betoogde de beveiligingsorganisatie onder meer dat het ingeleende personeel wel over geldige politietoestemming beschikte, dat er sprake was van grote spoed bij inleen, en dat toezichthouders geen beveiligingswerkzaamheden verrichtten. De Raad van State oordeelde dat de beveiligingsorganisatie de politie niet had geïnformeerd over de inleen, dat het ontbreken van politietoestemming op naam van de organisatie een overtreding is, en dat de uitgevoerde werkzaamheden wel degelijk beveiligingswerkzaamheden waren. De Raad bevestigde daarmee de eerdere uitspraak en de opgelegde boete.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €11.250 wegens overtredingen van de Wpbr door de beveiligingsorganisatie.