ECLI:NL:RVS:2023:3299
Raad van State
- Hoger beroep
- E.J. Daalder
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- J.M.L. Niederer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verklaring omtrent gedrag voor koerier met geweldsverleden
Appellant heeft op 10 juli 2020 een aanvraag ingediend voor een verklaring omtrent het gedrag (VOG) voor de functie van koerier. De minister voor Rechtsbescherming wees deze aanvraag op 7 augustus 2020 af, vanwege eerdere veroordelingen van appellant voor geweldsdelicten en rijden onder invloed. De minister beoordeelde de aanvraag aan de hand van een objectief criterium (risico van herhaling van het delict) en een subjectief criterium (omstandigheden die afgifte toch rechtvaardigen).
De rechtbank Overijssel verklaarde het beroep van appellant tegen de afwijzing op 29 oktober 2021 ongegrond. De rechtbank oordeelde dat de minister terecht het belang van de samenleving zwaarder heeft gewogen dan het belang van appellant, mede gelet op de aard van de functie waarbij appellant toegang heeft tot goederen en persoonlijke leefomgeving van derden.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de objectieve en subjectieve criteria in strijd zijn met de EU-Dienstenrichtlijn, omdat ze onvoldoende concreet en objectief zouden zijn. Tevens stelde appellant dat het besluit op bezwaar onzorgvuldig tot stand is gekomen en dat de kans op recidive laag is volgens deskundigen. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt echter dat appellant als werknemer geen dienst verricht in de zin van de Dienstenrichtlijn, zodat deze niet van toepassing is. Daarnaast vindt de Afdeling geen aanleiding om af te wijken van de gemotiveerde beoordeling van de rechtbank.
De Afdeling bevestigt daarom het bestreden vonnis en verklaart het hoger beroep ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de VOG-aanvraag vanwege eerdere geweldsdelicten en het risico op herhaling.