ECLI:NL:RVS:2023:3334

Raad van State

Datum uitspraak
31 augustus 2023
Publicatiedatum
31 augustus 2023
Zaaknummer
202301024/1/V1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • H.G. Sevenster
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 29 Dublinverordening
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijk verklaring hoger beroep tegen niet-behandeling asielaanvraag

De vreemdeling had beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De rechtbank had dit beroep ongegrond verklaard. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Tijdens de procedure trok de staatssecretaris het eerdere besluit in en liet weten dat de asielaanvraag alsnog in behandeling wordt genomen, omdat de overdrachtstermijn van de Dublinverordening was verstreken. Hierdoor heeft de vreemdeling bereikt wat hij met zijn hoger beroep beoogde.

De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk is wegens gebrek aan belang bij een inhoudelijke beoordeling. De vraag of bij het nieuwe besluit de datum van de oorspronkelijke aanvraag als uitgangspunt geldt, kan in een eventuele latere procedure worden behandeld. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard omdat de asielaanvraag alsnog in behandeling wordt genomen.

Uitspraak

202301024/1/V1.
Datum uitspraak: 31 augustus 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 9 februari 2023 in zaak nr. NL22.24367 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 28 november 2022 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 9 februari 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. M.J.W. Melchers, advocaat te Utrecht, hoger beroep ingesteld.
De staatssecretaris heeft nadere stukken ingediend.
De vreemdeling heeft daar desgevraagd op gereageerd.
Overwegingen
1.       Bij brieven van 25 mei 2023 en 7 juni 2023 heeft de staatssecretaris aan de vreemdeling laten weten dat hij het besluit van 28 november 2022 heeft ingetrokken en dat hij een nieuw besluit op de asielaanvraag van de vreemdeling van 8 maart 2022 zal nemen. De staatssecretaris zal deze aanvraag verder in de nationale procedure behandelen, omdat de overdrachtstermijn bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Dublinverordening (PB 2013, L 180) is verstreken.
2.       Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De vreemdeling heeft namelijk onvoldoende belang bij een inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep, omdat hij heeft bereikt wat hij met zijn hoger beroep beoogt doordat de staatssecretaris zijn asielaanvraag alsnog in behandeling neemt. Voor de beantwoording van de vraag, of bij het nieuw te nemen besluit de datum van de aanvraag van 8 maart 2022 als uitgangspunt heeft te gelden, is in deze procedure geen plaats. Die vraag kan in voorkomend geval worden beantwoord in de procedure over het nieuw te nemen besluit. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.J.C. Beerse, griffier.
w.g. Sevenster
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Beerse
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 31 augustus 2023
382-988