ECLI:NL:RVS:2023:3334
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijk verklaring hoger beroep tegen niet-behandeling asielaanvraag
De vreemdeling had beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De rechtbank had dit beroep ongegrond verklaard. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Tijdens de procedure trok de staatssecretaris het eerdere besluit in en liet weten dat de asielaanvraag alsnog in behandeling wordt genomen, omdat de overdrachtstermijn van de Dublinverordening was verstreken. Hierdoor heeft de vreemdeling bereikt wat hij met zijn hoger beroep beoogde.
De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk is wegens gebrek aan belang bij een inhoudelijke beoordeling. De vraag of bij het nieuwe besluit de datum van de oorspronkelijke aanvraag als uitgangspunt geldt, kan in een eventuele latere procedure worden behandeld. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard omdat de asielaanvraag alsnog in behandeling wordt genomen.