ECLI:NL:RVS:2023:3341
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten na intrekking hoger beroep in vreemdelingenzaak
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag in een vreemdelingenzaak. Tijdens het proces werd een prejudiciële vraag voorgelegd aan het Hof van Justitie, dat op 30 maart 2023 een arrest uitbracht. Na dit arrest trokken de staatssecretaris het hoger beroep in.
De vreemdeling verzocht vervolgens om vergoeding van de proceskosten die hij had gemaakt in verband met de behandeling van het hoger beroep, waaronder kosten voor schriftelijke stukken, zittingbijwoning en rechtsbijstand. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat op grond van artikel 8:118 Awb Pro het bestuursorgaan bij intrekking van het hoger beroep op verzoek van een partij kan worden veroordeeld tot vergoeding van gemaakte proceskosten.
De Afdeling wees de vergoeding toe tot een bedrag van € 6.277,50, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Er werd geen aanleiding gezien voor een hogere wegingsfactor of afzonderlijke reis- en verblijfskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan door mr. E. Steendijk, lid van de enkelvoudige kamer.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 6.277,50 aan de vreemdeling na intrekking van het hoger beroep.