ECLI:NL:RVS:2023:3353
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering uitspraak rechtbank inzake machtiging voorlopig verblijf vreemdeling
Bij besluit van 7 juli 2017 weigerde de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een machtiging tot voorlopig verblijf aan een vreemdeling. Na een bezwaarprocedure bleef dit besluit gehandhaafd. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarbij de staatssecretaris werd opgedragen binnen tien weken een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening om uitvoering van de uitspraak van de rechtbank op te schorten. De voorzieningenrechter oordeelde dat het niet aannemelijk is dat de uitspraak van de rechtbank in stand blijft en dat de belangen van de staatssecretaris en de vreemdeling in dit stadium zwaarder wegen.
Daarom werd bepaald dat de staatssecretaris de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De staatssecretaris hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.