ECLI:NL:RVS:2023:3392
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke handhaving tegen illegale bouw en gebruik agrarisch perceel in De Bilt
Het college van burgemeester en wethouders van De Bilt legde aan appellant lasten onder dwangsom op wegens het bouwen van een speelhuisje, het ingraven van trampolines, het aanleggen van een verhard pad en het dempen van een sloot op agrarische grond. Appellant betwistte deze besluiten, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat het college terecht handhavend optrad omdat het speeltoestel hoger was dan 2,5 meter en de trampolines ingegraven waren, waardoor een omgevingsvergunning vereist was.
De Afdeling oordeelde dat de dwangsommen terecht waren opgelegd voor de overtredingen, maar vernietigde het besluit tot invordering van dwangsommen voor een niet ingegraven trampoline, omdat deze vergunningvrij is en het college niet bevoegd was tot invordering. De Afdeling wees ook op het ontbreken van een expliciet rapport van de controle van 13 juli 2020, maar vond dat eerdere rapporten voldoende onderbouwing boden.
De Afdeling veroordeelde het college tot vergoeding van de proceskosten van appellant. Het hoger beroep tegen het besluit van 10 december 2021 tot dwangsominvordering werd gegrond verklaard en vernietigd, terwijl het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank werd afgewezen.
Uitkomst: Hoger beroep tegen rechtbankuitspraken ongegrond, maar dwangsominvorderingsbesluit vernietigd wegens onterechte toepassing op niet ingegraven trampoline.