ECLI:NL:RVS:2023:3395
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering omgevingsvergunning voor afwijkende woningpositie nabij perceel in Wijhe
Het college van burgemeester en wethouders van Olst-Wijhe verleende op 9 oktober 2018 een omgevingsvergunning voor het bouwen van een vrijstaande woning op een perceel in Wijhe. Na constatering dat de woning afweek van het bestemmingsplan door dichter bij de erfgrens te staan en deels op grond met de bestemming 'Tuin' te zijn gebouwd, werd een wijzigingsvergunning aangevraagd. Het college weigerde aanvankelijk deze vergunning vanwege het niet ondertekenen van een planschadeovereenkomst, maar verleende deze later alsnog na bezwaar.
De rechtbank verklaarde het beroep van de naastgelegen perceeleigenaar en een andere partij ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat de afwijking van 29 cm geen onevenredige afbreuk doet aan het woon- en leefklimaat en het bebouwingsbeeld. De rechtbank oordeelde ook dat het college moest beslissen op de aanvraag zoals ingediend, waarbij de feitelijke afstand tot de perceelsgrens niet doorslaggevend is in deze vergunningprocedure.
In hoger beroep betoogde de appellant dat de rechtbank onjuist had geoordeeld over de voorgevelrooilijn en de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens, en dat het college onzorgvuldig was geweest in de metingen. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verwierp deze bezwaren, bevestigde de eerdere uitspraak en stelde dat de afwijking binnen de toegestane marges valt en dat de feitelijke situatie onderwerp is van handhaving, niet van vergunningverlening.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.