ECLI:NL:RVS:2023:3433
Raad van State
- Verzet
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens besluitvorming college
In deze zaak heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State het verzet behandeld tegen een eerdere uitspraak waarin het beroep van de opposant niet-ontvankelijk werd verklaard. De Afdeling had geoordeeld dat op het moment van het instellen van het beroep al een besluit was genomen door het college van bestuur van de Erasmus Universiteit Rotterdam, waardoor het beroep feitelijk zijn doel had verloren.
De opposant voerde aan dat de beslissing van 31 mei 2023 niet correct was bekendgemaakt, omdat hij de voorkeur gaf aan elektronische communicatie en op het platform Studielink een melding had ontvangen dat communicatie digitaal zou plaatsvinden. Hij stelde ook dat er sprake was van verbeurde dwangsommen.
De Afdeling oordeelde dat de beslissing aangetekend was verzonden en door de opposant was ontvangen, hetgeen hij ook erkende. De voorkeur voor elektronische communicatie en de melding op Studielink stonden niet in de weg aan de schriftelijke verzending. Bovendien leidde een niet-juiste bekendmaking niet automatisch tot verbeurde dwangsommen. Het procesbelang van de opposant werd daarom niet aangenomen.
Verder werd opgemerkt dat het bezwaarschrift van de opposant over de beslissing van 14 juni 2023 nog niet was behandeld door het college, zodat dit onderwerp nog niet aan de orde was.
Uiteindelijk verklaarde de Afdeling het verzet ongegrond en beëindigde daarmee de behandeling van het beroep. De proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het verzet is ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep blijft in stand.