ECLI:NL:RVS:2023:3481
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering omgevingsvergunning voor woningsplitsing wegens leefbaarheidsbezwaren onvoldoende gemotiveerd
Het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven weigerde een omgevingsvergunning voor het splitsen van een woning naar twee appartementen aan de [locatie A] te Eindhoven, vanwege mogelijke onevenredige gevolgen voor leefbaarheid en veiligheid. De rechtbank Oost-Brabant vernietigde dit besluit wegens onvoldoende motivering, met name ten aanzien van de vergelijking met een vergelijkbaar project aan de [locatie B] en de insluiting van een naastgelegen woning.
In hoger beroep stelde het college dat de rechtbank ten onrechte terugkwam op haar eerdere oordeel over de leefbaarheidstoets en dat de weigering terecht was gebaseerd op een vaste gedragslijn tegen woningsplitsing die leidt tot insluiting. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank niet terugkwam op het algemene oordeel over de leefbaarheidstoets, maar terecht constateerde dat de motivering van het college onvoldoende was om de weigering te rechtvaardigen.
De Afdeling benadrukte dat het college beoordelingsruimte heeft, maar dat het in elk concreet geval moet motiveren waarom de vaste gedragslijn wordt toegepast. De enkele omstandigheid van insluiting en het algemene verwijzen naar leefbaarheidsproblemen volstaan niet. Ook de vergelijking met het project aan de [locatie B] was onvoldoende toegelicht. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, de eerdere uitspraken bevestigd en het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt ongegrond verklaard en de weigering van de omgevingsvergunning bevestigd wegens onvoldoende motivering.