ECLI:NL:RVS:2023:3518
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring vreemdeling door staatssecretaris na hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 20 juli 2023 in bewaring. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit op 4 augustus 2023 ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze afdeling oordeelde dat, ongeacht de vraag of de zware grond 3b van toepassing was, de zware grond 3a en lichte grond 4b voldoende waren om de bewaring te dragen.
Het hoger beroep bevatte geen vragen die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming, waardoor verdere motivering achterwege bleef. De Afdeling zag ook geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, waarbij de staatssecretaris geen proceskosten hoefde te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bewaring van de vreemdeling bevestigd.