ECLI:NL:RVS:2023:3649

Raad van State

Datum uitspraak
29 september 2023
Publicatiedatum
29 september 2023
Zaaknummer
202301003/1/V1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • E. Steendijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:108 AwbAlgemene wet bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep in vreemdelingenzaak

De vreemdelingen hebben hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, betreffende hun asielaanvragen. Nadat de staatssecretaris alsnog de gevraagde verblijfsvergunningen voor bepaalde tijd heeft verleend, hebben de vreemdelingen het hoger beroep ingetrokken.

Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht kan bij intrekking van het hoger beroep, indien het bestuursorgaan aan de indiener is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan worden veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft geoordeeld dat de staatssecretaris aan de vreemdelingen is tegemoetgekomen door het verlenen van de verblijfsvergunningen.

Daarom is het verzoek tot proceskostenvergoeding toegewezen en is de staatssecretaris veroordeeld tot betaling van € 837,00 aan proceskosten, welke kosten geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer op 29 september 2023.

Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van € 837,00 aan proceskosten na intrekking van het hoger beroep.

Uitspraak

202301003/1/V1.
Datum uitspraak: 29 september 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het verzoek van:
[verzoekers],
verzoekers,
om proceskostenveroordeling in geval van intrekking van het hoger beroep (artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht; hierna: de Awb).
Procesverloop
De vreemdelingen, vertegenwoordigd door mr. M. Spapens, advocaat te Amsterdam, hebben hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 14 februari 2023 in zaken nrs. NL22.25073, NL22.25074, NL22.25076 en NL22.25078.
De vreemdelingen hebben het hoger beroep ingetrokken en de Afdeling verzocht de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid te veroordelen in de bij hen opgekomen proceskosten.
Overwegingen
1.       Artikel 8:75a, eerste lid, gelezen in samenhang met artikel 8:108, eerste lid, van de Awb luidt: "In geval van intrekking van het hoger beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het hogerberoepschrift is tegemoetgekomen, kan het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 in Pro de kosten worden veroordeeld."
2.       De vreemdelingen hebben het hoger beroep ingetrokken nadat de staatssecretaris hun alsnog de gevraagde verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd heeft verleend. Hiermee is de staatssecretaris aan de vreemdelingen tegemoetgekomen als bedoeld in artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb.
3.       Het verzoek wordt toegewezen. De staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
veroordeelt de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot vergoeding van de bij de vreemdelingen in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 837,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Aldus vastgesteld door mr. E. Steendijk, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.M.L. Hanrath, griffier.
w.g. Steendijk
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Hanrath
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 29 september 2023
392