ECLI:NL:RVS:2023:3649
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep in vreemdelingenzaak
De vreemdelingen hebben hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, betreffende hun asielaanvragen. Nadat de staatssecretaris alsnog de gevraagde verblijfsvergunningen voor bepaalde tijd heeft verleend, hebben de vreemdelingen het hoger beroep ingetrokken.
Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht kan bij intrekking van het hoger beroep, indien het bestuursorgaan aan de indiener is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan worden veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft geoordeeld dat de staatssecretaris aan de vreemdelingen is tegemoetgekomen door het verlenen van de verblijfsvergunningen.
Daarom is het verzoek tot proceskostenvergoeding toegewezen en is de staatssecretaris veroordeeld tot betaling van € 837,00 aan proceskosten, welke kosten geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer op 29 september 2023.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van € 837,00 aan proceskosten na intrekking van het hoger beroep.