ECLI:NL:RVS:2023:3663

Raad van State

Datum uitspraak
29 september 2023
Publicatiedatum
3 oktober 2023
Zaaknummer
202306176/2/V3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen voorgenomen overdracht vreemdeling na niet-behandeling verblijfsvergunning

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 3 september 2023 besloten een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. Hiertegen heeft de vreemdeling beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 27 september 2023 ongegrond verklaarde. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om zijn voorgenomen overdracht op 2 oktober 2023 te voorkomen.

De voorzieningenrechter overwoog dat de termijn voor het instellen van hoger beroep nog niet was verstreken en besloot bij wijze van ordemaatregel de voorlopige voorziening te treffen waardoor de overdracht op 2 oktober 2023 achterwege blijft. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 837,00, die verband houden met de beroepsmatige rechtsbijstand van de vreemdeling.

De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter C.J. Borman op 29 september 2023. De voorlopige voorziening geldt totdat de voorzieningenrechter uitspraak doet over het resterende deel van het verzoek na het verstrijken van de hogerberoepstermijn.

Uitkomst: De voorlopige voorziening voorkomt de overdracht van de vreemdeling op 2 oktober 2023 en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.

Uitspraak

202306176/2/V3.
Datum uitspraak: 29 september 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
verzoeker,
tegen de mondelinge uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 27 september 2023 in zaak nr. NL23.27235 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 3 september 2023 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij mondelinge uitspraak van 27 september 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1.       De vreemdeling heeft op 29 september 2023 hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank van 27 september 2023 en de voorzieningenrechter verzocht bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat zijn voorgenomen overdracht op 2 oktober 2023 om 11.20 uur achterwege blijft. Alleen al omdat de hogerberoepstermijn nog niet is verstreken, treft de voorzieningenrechter bij wijze van ordemaatregel een voorlopige voorziening. Nadat de termijn is verstreken, zal de voorzieningenrechter uitspraak doen op het resterende deel van het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening.
2.       De staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        treft bij wijze van ordemaatregel de voorlopige voorziening dat de overdracht van de vreemdeling op 2 oktober 2023 achterwege blijft;
II.       veroordeelt de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot vergoeding van bij de vreemdeling in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 837,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Aldus vastgesteld door mr. C.J. Borman, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. J.J.P.G. van Bekhoven, griffier.
w.g. Borman
voorzieningenrechter
w.g. Van Bekhoven
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 29 september 2023
959