ECLI:NL:RVS:2023:3706
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- B. Meijer
- M.M. Kaajan
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging besluit handhaving houtkachel en gedragsaanwijzing in Den Haag
In deze zaak heeft appellant meerdere meldingen gedaan over rook- en geuroverlast door houtstook in een woning in Den Haag. De burgemeester wees verzoeken om handhaving en het opleggen van een gedragsaanwijzing af, onder verwijzing naar een inspectierapport en het ontbreken van een overtreding van het Bouwbesluit 2012.
De rechtbank vernietigde het besluit op bezwaar omdat onvoldoende onderzoek was gedaan naar de hinder en oordeelde dat het besluit niet zorgvuldig was voorbereid. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak met het verzoek tot verdere vernietiging.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt vast dat de burgemeester niet bevoegd was om te besluiten op het handhavingsverzoek, dit had door het college moeten worden gedaan. Dit bevoegdheidsgebrek leidt tot vernietiging van het besluit, maar de Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank omdat het beroep gegrond was, zij het op andere gronden.
Verder oordeelt de Afdeling dat het opleggen van een gedragsaanwijzing een ultimum remedium is en dat mediation als minder belastend middel eerst moet worden geprobeerd. Het standpunt van appellant dat mediation niet mogelijk was, leidt niet tot een verplichting tot het opleggen van een gedragsaanwijzing.
Tot slot wijst de Afdeling appellant erop dat het college niet bevoegd is voor handhaving op grond van de Wet natuurbescherming en dat hij zich daarvoor tot het bevoegde college van gedeputeerde staten moet wenden.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de vernietiging van het besluit en verklaart het hoger beroep ongegrond.