ECLI:NL:RVS:2023:3759
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake permanente bewoning recreatiewoning Wijchen
Het college van burgemeester en wethouders van Wijchen legde op 27 januari 2020 aan [wederpartij A] en [wederpartij B] een last onder dwangsom op om de permanente bewoning van een recreatiewoning te beëindigen, omdat deze strijdig was met het bestemmingsplan. De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep van [wederpartijen] gegrond en vernietigde het besluit van het college. Het college stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat het college terecht handhavend optrad, omdat het vermeende gerechtvaardigde vertrouwen van [wederpartijen] op basis van een persoonsgebonden gedoogbeschikking en een brief uit 2006 niet standhoudt na vaststelling van de bestemmingsplannen in 2013 en 2015. De brief en gedoogbeschikking konden niet worden opgevat als een concrete toezegging die het recht gaf op permanente bewoning door anderen dan de houder van de gedoogbeschikking.
Daarnaast werd geoordeeld dat het college bevoegd was tot het instellen van hoger beroep en dat het handhavend optreden niet onevenredig was, mede gelet op het belang van het bestemmingsplan en het economisch welzijn. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd, het hoger beroep van het college werd gegrond verklaard, en het beroep van [wederpartijen] tegen het latere besluit ongegrond. De dwangsommen werden geschorst tot acht weken na verzending van deze uitspraak.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van [wederpartijen] ongegrond verklaard.