ECLI:NL:RVS:2023:3800
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering verblijfsvergunning rechtbankuitspraak
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 13 oktober 2020 de aanvraag van een vreemdeling voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. Na een bezwaarprocedure bleef het besluit ongewijzigd. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het afwijzingsbesluit en beval de staatssecretaris de vergunning te verlenen met ingang van 17 februari 2021.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om uitvoering van de rechtbankuitspraak op te schorten. De vreemdeling gaf een schriftelijke reactie op dit verzoek.
De voorzieningenrechter weegt de belangen van beide partijen en besluit dat de staatssecretaris de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat het hoger beroep is afgerond. Tevens hoeft de staatssecretaris geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd op 13 oktober 2023 in het openbaar gedaan.
Uitkomst: De staatssecretaris hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.