ECLI:NL:RVS:2023:3836
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom wegens drugshandel in gemeente Zandvoort
De burgemeester van Zandvoort legde appellant bij besluit van 7 januari 2021 een last onder dwangsom op wegens overtreding van het verbod op drugshandel in de gemeente. Dit volgde op een politieaanhouding van appellant op 24 november 2020 met een handelshoeveelheid cocaïne en attributen voor drugshandel in een voertuig. Appellant werd bij eerdere gelegenheden ook al meerdere malen aangehouden voor bezit en handel in harddrugs.
Na het ongegrond verklaren van het bezwaar en beroep door de burgemeester en rechtbank, stelde appellant hoger beroep in bij de Raad van State. Hij voerde aan dat het besluit het evenredigheidsbeginsel schond en dat het ne bis in idem-beginsel werd overtreden omdat ook een strafrechtelijke procedure liep.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het evenredigheidsbeginsel niet is geschonden omdat het besluit een belangenafweging bevatte en geen inperking van grondrechten inhield. Het ne bis in idem-beginsel werd niet overtreden omdat de last onder dwangsom niet punitief is maar preventief gericht op het voorkomen van herhaling. De hoogte van de dwangsom stond in redelijke verhouding tot het doel.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De burgemeester hoefde geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Raad van State op 18 oktober 2023.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de last onder dwangsom van de burgemeester wordt bevestigd.