ECLI:NL:RVS:2023:3840
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom wegens onrechtmatig nachtverblijf in recreatiewoning
Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg legde appellant een last onder dwangsom op om het nachtverblijf in een recreatiewoning te beëindigen, omdat dit in strijd was met het bestemmingsplan dat het perceel bestemde voor dagrecreatie en natuur. De rechtbank vernietigde het besluit voor zover het betrekking had op bewoning, maar handhaafde het voor het nachtverblijf.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat het college geen overtreding had vastgesteld en dat het gebruiksovergangsrecht voor recreatief nachtverblijf nog van toepassing was. Tevens stelde hij dat hij vanwege medische redenen door de coronapandemie gedwongen was permanent in de recreatiewoning te verblijven.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het gebruiksovergangsrecht verviel door het permanente verblijf, dat niet gelijkgesteld kan worden aan recreatief nachtverblijf. De medische situatie van appellant vormde geen bijzondere omstandigheid die handhaving onevenredig maakte, omdat de huisarts slechts aangaf dat verblijf verstandiger was, niet noodzakelijk. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.